Jezus volgen leer je niet vanaf de zijlijn
Afgelopen zomer liep ik met een groep Nederlandse jongvolwassenen door de bergen in Noord-Italië. Ze waren daar met Envision - het jongerenprogramma van CAMA Zending - voor een missiereis.
Tijdens deze reizen sluiten we aan bij lokale kerken, zendingswerkers en organisaties en bij wat God door hen al aan het doen is. We komen niet om het werk over te nemen, maar om naast hen te staan, mee te dienen en hen te bemoedigen. Juist dat laatste blijkt vaak minstens zo belangrijk als de praktische hulp: voor kleine lokale gemeenten en christelijke organisaties kan het enorm bemoedigend zijn wanneer een groep jonge christenen uit Nederland komt om samen met hen op te trekken en te dienen.
Een week lang hielpen we praktisch mee en ontmoetten we vluchtelingen, migranten, vrouwen die mensenhandel en misbruik hebben meegemaakt en mensen die op straat leven. We trokken op met lokale christenen en zendingswerkers, hoorden hun verhalen en zagen iets van wat het betekent om op hun plek Jezus te volgen. En ondertussen spraken we veel met elkaar over geloof en missie.
Tijdens de bergwandeling stonden we stil bij persoonlijk geloof, discipelschap en de vraag wat het betekent om Jezus te volgen. Bij een kruis op de berg kregen de deelnemers de gelegenheid om op te schrijven wat hen bezighield en wat ze aan Jezus wilden geven.
De antwoorden gingen over hun eigen leven.
“Onzekerheid voor de toekomst en de vraag wat God als plan voor mij heeft.”
Anderen schreven over twijfel, eenzaamheid, jezelf steeds maar moeten aanpassen om erbij te horen, onzekerheid over jezelf, de overgang naar het studerende leven en de angst om aan anderen te laten zien dat je in God gelooft.
Dit moment is ook mij bijgebleven. Niet omdat iedere jongvolwassene met dezelfde problemen rondloopt of omdat een missiereis daar het antwoord op zou zijn. Wel omdat we steeds opnieuw zien wat er kan gebeuren wanneer jonge mensen uit hun vertrouwde omgeving stappen, andere mensen ontmoeten, daadwerkelijk iets gaan doen en ondertussen ruimte krijgen om vragen te stellen over hun geloof en hun leven.
Een intensieve levensfase
Dat jongvolwassenheid een intensieve levensfase is, zien we breder in de samenleving. Movisie bracht onlangs opnieuw cijfers over jongvolwassenen bij elkaar. Van de 18- tot 30-jarigen geeft 54 procent aan moeite te hebben met rondkomen. Van de 16- tot 25-jarigen voelt 57 procent zich enigszins of sterk eenzaam en 18 procent zegt zich in het dagelijks leven vaak tot voortdurend beperkt te voelen door psychische klachten. Movisie baseert zich daarbij onder andere op gegevens van Nibud, CBS, GGD GHOR Nederland en RIVM.
Dat betekent natuurlijk niet dat we een hele generatie als kwetsbaar of problematisch moeten neerzetten. Wel is duidelijk dat in deze levensfase in korte tijd veel verandert. Studie, werk, relaties, wonen, geld en toekomst komen allemaal voorbij.
Dit gaat niet aan christelijke jongvolwassenen voorbij. Daar komt bovendien een andere vraag bij: wat betekent mijn geloof eigenlijk voor mijn eigen leven? Wie is Jezus voor mij? Hoe maak ik keuzes vanuit mijn geloof? Hoe praat ik daarover met vrienden die niet geloven? Hoe volg ik Jezus op een gewone maandag?
Juist daar ligt volgens mij een belangrijke opdracht voor kerken en christelijke organisaties.
Geloof moet je kunnen oefenen
Het IZB Jongerenrapport Op zoek naar toewijding geeft daar een interessante inkijk in. Dit betreft geen wetenschappelijk of representatief onderzoek onder Nederlandse jongvolwassenen, maar een luisterronde onder kerkelijk betrokken twintigers uit zeven gemeenten uit de achterban van de IZB, aangevuld met gesprekken met predikanten, jeugdouderlingen, pioniers en andere deskundigen.
Twintigers noemen daarin het belang van leeftijdsgenoten, ontmoeting en gezelligheid, maar ook ruimte voor kwetsbaarheid, geloofsgesprekken en verdieping. Ze willen kunnen leren van andere generaties en zoeken mensen bij wie ze kunnen zien hoe geloof in het echte leven functioneert.
Opvallend vind ik dat de IZB ook spreekt over de kerk als oefenplek. Een plaats waar jongvolwassenen kunnen bidden, Bijbellezen, geloofsgesprekken voeren, praktisch dienen en ontdekken wat dit met hen doet. Missionaire en diaconale ervaringen kunnen daar nadrukkelijk onderdeel van zijn. Juist door iets te dóén en daar samen op te reflecteren, kan geloof zich verdiepen.
Missie blijkt niet alleen iets wat je voor een ander doet. Het kan ook een oefenplaats voor je eigen discipelschap worden.
Ook onderzoek van Elsbeth Visser-Vogel en Ronelle Sonnenberg onder bijna 1.500 kerkelijk betrokken jongeren van 16 tot 25 jaar uit de achterban van GZB, HGJB en IZB laat zien hoe geloof en missionaire betrokkenheid elkaar kunnen raken. Jongeren die deelnamen aan missionaire activiteiten gaven aan dat dit hun leven verrijkte en bijdroeg aan geloofsgroei. Ook de behoefte aan levende geloofsvoorbeelden uit hun omgeving en kerk komt uit dit onderzoek naar voren.
En dat herken ik sterk. Tijdens onze Envision-reizen merken we dat jongeren komen om iets voor een ander te betekenen, maar onderweg zelf aan het denken worden gezet. Ze ontmoeten christenen uit andere culturen en kerkelijke tradities. Ze spreken iemand die dakloos is. Ze ontmoeten vluchtelingen. Ze zien hoe een kleine lokale kerk probeert verschil te maken. Ze ontmoeten zendingswerkers die andere keuzes hebben gemaakt dan zij gewend zijn. Soms moeten ze ineens zelf onder woorden brengen wat en waarom ze eigenlijk geloven.
En ondertussen wordt er samen gegeten, gewerkt, gebeden en gereisd. Juist daar ontstaan vaak de gesprekken die je vooraf niet kunt programmeren.
Na onze Envision-reizen van afgelopen zomer vatten we die combinatie samen als “dienen én ontvangen, missie én discipelschap”.
Een deelnemer verwoordde het na een dag praktisch werken heel eenvoudig:
“Je kan Gods liefde al door iets simpels, zoals zand zeven, laten zien.”
Een ander nam zich na thuiskomst voor om juist in Nederland meer uit te stappen in geloof en Gods liefde uit te stralen.
Missie blijkt daarmee niet alleen iets wat je voor een ander doet. Het kan ook een oefenplaats voor je eigen discipelschap worden.
Niet meteen het goede antwoord
Ook Marijn Vlasblom van het Baptisten Seminarium raakt met de Jongvolwassen Challenge aan die behoefte. Twintigers worden uitgenodigd hun eigen levensvragen te verbinden met de Bijbel. Niet door zo snel mogelijk het gewenste christelijke antwoord te produceren, maar door samen te lezen, vragen te stellen en te ontdekken wat een Bijbeltekst met hun eigen leven te maken heeft.
Dat vind ik belangrijk. Soms begint een werkelijk gesprek juist wanneer iemand durft te zeggen: ik weet het niet. Ik twijfel. Ik vind dit moeilijk. Ik weet niet wat God van mij vraagt.
Mette van Hell, kwartiermaker jongvolwassenen bij de IZB, pleitte onlangs in het Nederlands Dagblad voor diezelfde betrokkenheid. Kerken moeten volgens haar hun rol als geestelijk begeleider van jonge en nieuwe christenen serieus nemen en de huidige vragen naar geloof en zingeving niet behandelen als iets wat vanzelf weer overwaait.
Geestelijke begeleiding hoeft wat mij betreft niet alleen te betekenen dat je tegenover elkaar aan een tafel zit. Sommige van de beste gesprekken die wij met jongvolwassenen hebben, ontstaan tijdens een wandeling, samen eten, klussen of reizen. Je trekt een tijdje samen op. Je stelt een vraag. Je luistert. Je deelt uit je eigen leven en je helpt iemand om wat hij meemaakt te verbinden met het volgen van Jezus.
Jezus volgen leer je niet vanaf de zijlijn
Een interessante vraag is welke plekken we jongvolwassenen bieden om daadwerkelijk te oefenen in het volgen van Jezus.
Mogen ze vragen stellen waarop wij niet onmiddellijk het antwoord weten? Kunnen ze ook christenen buiten hun eigen kring ontmoeten? Zijn er volwassenen die niet alleen vertellen hoe geloven werkt, maar die iets van hun eigen leven laten zien? Krijgen ze verantwoordelijkheid? Mogen ze proberen, ontdekken en soms mislukken? Brengen we hen in contact met mensen die heel anders leven dan zijzelf? En helpen we hen vervolgens om te begrijpen wat die ervaringen met hun geloof te maken hebben?
“Welke plekken bieden we jongvolwassenen om daadwerkelijk te oefenen in het volgen van Jezus?”
Bijbels onderwijs blijft daarin onmisbaar. Maar goed onderwijs alleen maakt nog geen discipelen. Jezus gaf zijn leerlingen onderwijs, maar nam hen ook mee. Ze zagen Hem met mensen omgaan die zij zelf misschien voorbij zouden zijn gelopen. Hij stelde vragen, liet hen dingen doen en stuurde hen eropuit. Ze maakten fouten, kwamen terug met ervaringen en kregen opnieuw onderwijs.
Jezus volgen leer je niet vanaf de zijlijn.
Dat heeft ook gevolgen voor hoe wij binnen Envision naar onze reizen kijken. Een missiereis is voor ons steeds minder een op zichzelf staande bijzondere week en steeds meer onderdeel van een proces van missionaire vorming. Voorbereiden, dienen, ontmoeten, vragen stellen, persoonlijk begeleiden, reflecteren en daarna verdergaan horen bij elkaar.
Want uiteindelijk is een indrukwekkend moment op een berg in Italië of tijdens een missieweek niet het doel. De belangrijkste vraag komt daarna: Wat betekent wat je hebt ontdekt voor je leven met Jezus als je morgen weer gewoon thuis bent?
Hans Borghuis is spreker en coördinator Europa & Envision bij CAMA Zending. Vanuit die rol begeleidt hij onder meer jongvolwassenen in missionaire reizen en trajecten. Kijk op www.hansborghuis.nl voor meer informatie.
Bronnen
Movisie, Feiten & cijfers Jongvolwassenen (2026), op basis van onder andere gegevens van Nibud, CBS, GGD GHOR Nederland en RIVM
IZB, Jongerenrapport 2025 – Op zoek naar toewijding
Elsbeth Visser-Vogel & Ronelle Sonnenberg, Geloof en missie in het leven van jongeren, PThU/OJKC (2020)
Unie-ABC/Baptisten Seminarium, Nieuwe Bijbel-challenge voor twintigers, 27 juni 2025
Mette van Hell, Kerk, pak je rol als geestelijk begeleider van nieuwe en jonge christenen. Ze snakken ernaar, Nederlands Dagblad, 29 augustus 2026
Voor de ervaringen met Envision is gebruikgemaakt van de eigen impact- en evaluatieverslagen van de missiereizen in de zomer van 2026.